Waar en wanneer ontstond de naam?

Een familienaam werd slechts bij de invoering van de burgerlijke stand omstreeks 1796 een duidelijke identificatie. Vanaf dan lag de schrijfwijze vast. Documenten kunnen juridisch zelfs nietig zijn wanneer een persoon niet korrekt bij naam vernoemd wordt in een akte. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de hedendaagse mens de schrijfwijze van een familienaam zeer strikt interpreteert en het moeilijk heeft om een afstamming na te trekken. Wanneer men eeuwen terug de geschiedenis wil induiken dan moet men een grote tollerantie in acht nemen wat betreft de schrijfwijze van de naam. Zo is de schrijfwijze van de Mechelse familienaam Roggemans het resultaat van een ingreep door de burgerlijke stand begin jaren 1800. Iedereen met de naam Rogmans of een variante hiervan kreeg officieel de naam Roggemans.

Voor 1796 vinden we in de doopregisters, schepenakten en notarisakten vanaf de 16de eeuw vrijwel systematisch Rogmans als meest voorkomende schrijfwijze. Vooral pastoors hadden vaak veel fantasie bij het inschrijven van de familienamen in de kerkelijke registers. We zien vaak voor dezelfde persoon variaties verschijnen zoals: Roghmans, Rochmans, Rogghemans, Roggemans en in Waals brabant zelfs Rogguemans, Rogemans... Nog dieper in het verleden vinden we meestal de naam Rogman die in de vroege 14de eeuw in het Brusselse ook Rongman wordt geschreven, hetgeen een lokale en tijdelijke variatie moet geweest zijn.

Tot op heden is de oudste gekende vermelding van onze familienaam gevonden in een kloosterarchief uit 1260: Oda Rogmanine. Toen zij in het klooster trad, schonk zij haar goederen weg, zowel deze gelegen binnen als buiten Mechelen (medegedeeld door Gaston Roggeman). In de 14de eeuw is de naam Rogman evenwel al ruim verspreid. Jan Lindemans stelt in zijn boek over de geschiedenis van Opwijk dat de Ronghman’s (Roghman) in de 14de eeuw een oud en wijd vertakt geslacht waren uit het land van Dendermonde. In zijn werk "L’histoire des environs de Bruxelles" stelt de auteur A.Wauters, stadsarchivaris van Brussel, dat deze familie uit het Graafschap Vlaanderen afkomstig moest zijn waar in 1340 ten tijde van Jacob Van Artevelde een Jan Roggeman als schepene zetelde te Gent. In werken over heraldiek (wapenschilden) vinden we het wapenschild van de Brusselse Rongman familie terug met de vermelding Rogghemans/ Rogmans (Gent). Niemand heeft evenwel ooit iets van deze ‘legendarische’ familie Roggeman uit Gent van omstreeks 1300 kunnen vinden. In de periode 1339-1361 komt de naam Jan Roggeman één maal voor in de schepenbank van de Keure als gewone rapporteur (medegedeeld door stadsarchivaris a.i. Stadsarchief Gent):

"1361, februari 21: Ghiselbrecht Pollein en Jan Rocgheman rapporteren als erfachtige lieden voor de schepenen Jan den Otter en Arnoud van Leuseghem dat Lieven Mussche op 18 juni 1360 3 lb. gro. torn. gelegeerd heeft aan Arnoud van Crudenerre, zijn schoonvader en Zoetine, diens vrouw, voor schulden die hij tegenover hen had.(F° 27r°/6)"

Hof ten Eecke te Opwijk en Steen van den Eecke te Dendermonde: ontstond hier de naam Rogman ?

Door het Land van Dendermonde liep een oude heerbaan als belangrijke verkeersweg van Dendermonde naar Mechelen, een heerlijkheid op zich. Wanneer we de geografische distributie van de oudste vindplaatsen van de naam ‘Rogman’ bekijken dan lijkt het ons zeer aannemelijk dat het ontstaan in het land van Dendermonde te vinden is. In de loop van de 13de eeuw moet de familie van hieruit verspreid zijn geraakt over de streek waarbij sommige leden zich uiteindelijk in de belangrijkste handelscentra zoals Mechelen, Brussel en mogelijk ook Gent vestigden. Vanaf begin 14de eeuw wordt de familie Rogman meerdere keren vermeld en het blijkt om een familie van een zeker aanzien te gaan. Hoe ze tot hun sociale status wisten op te klimmen leren we naar analogie met andere families die privileges verwierven in het feodale stelsel.

Oorspronkelijk behoorde het Land van Dendermonde tot het gebied van de kasteleinen van Gent, waarschijnlijk waren er voortuitgeschoven versterkingen om de rivieren landinwaarts te bewaken. Zo hoorde Opwijk, als onderdeel van het Land van Dendermonde bij het Graafschap Vlaanderen. In Opwijk vinden we de leengoederen Ten Eecke die uit drie hoofdlenen bestonden: het hof zelf met 18 bunders (24 ha) met een aarden opworp waarop het heerenhuis stond met omwalling, geheel omwaterd, met een boomgaard en een neerhof dat zelf 36 bunders (47 ha) groot was, verhuurd aan pachters, het tweede leengoed was het "heerlijcke cheynsrolle" der hovingen van ‘t hof ten Eeken en het derde zijnde een reeks achterlenen verspreid over meerdere losse percelen. Men vermoedt dat het leengoed Ten Eeke lang in handen bleef van één en dezelfde familie. De familie moet het Hof ten Eeke ten minste sedert de 13de eeuw in handen gehad hebben. Sedert het begin van de 14de eeuw bewoonden ze hun Hof niet meer, maar verbleven in de prestigieuse burcht van de heerlijkheid Bijgaarden of in hun huis op de Markt te Dendermonde, het Steen van den Eecken. Het Herenhuis of  kasteel Ten Eecke in Opwijk bleef bestaan tot het in 1706 door franse soldaten werd afgebrand, er bleven geen afbeeldingen van dit hof bewaard. Begin 14de eeuw was Willem Veele (Vaele) ook geheten Rongman, Rogman en van den Eecke de eerste gekende eigenaar van het hof Ter Eecken in Opwijk. Let op het relatieve karakter van de familienaam. Vaele, Veels is een familienaam die nu nog bestaat ten noorden van Dendermonde en rond St.Niklaas, ook op "van Eecke", Van der Eecke, Vereecke vinden we vele variaties in onze tijd terug. Het is niet uitgesloten dat uit deze ene familie uiteindelijk leden onder verschillende familienamen verspreid geraakten. Van den Eecke is een toponiem en verwijst naar de plaats van een eigendom, mogelijk verwijst ook Veele naar een leengoed waar ze eerder mee geassocieerd waren. Vaals is zelf een leengoed in het land van ‘s Hertogenrade, nabij het drielandenpunt België-Duitsland-Nederland dat ook bestuurlijke banden had met Mechelen. Na de slag bij Woeringen in 1288 kwam het onder Brabants gezag en grensde ondemeer aan Geldern en het Kleefse. Er kon evenwel geen verband worden aangetoond tussen de bijnaam Veels, Vaels en het leengoed Vaals.

De heren van Bijgaarden als sherrifs van Brussel

In de tak die we kunnen terugvinden in Opwijk werden deze familienamen als bijnamen gebruikt die na twee generaties in onbruik geraakten. Uiteindelijk wordt Rongman, Rongeman, Rogman, Rogmans als familienaam gebruikt. Zijn zoon Willem II Veele, bijgenaamd Rongheman, alias van den Eecke, trouwde met Katarina van Bijgaarden en was schepen van Brussel in 1341, 1346 en 1366. Hij droeg de wapens van Serhuyghs, maar zijn nakomelingen droegen het wapen van de heren van Bijgaarden. Van deze tak, die ook Rongeman geschreven werd, vinden we het familiewapen en een stamboom terug in het Houwaertfonds in de koninklijke bibliotheek te Brussel. Na de dood van Floris van Bijgaarden (gehuwd met Katharina Veels, = Willem Veels’dochter), die geen afstammelingen had, kwam de heerlijkheid Bijgaarden in zijn bezit. Een andere zuster, Sapientia Veels, was gehuwd met Reynier van Ursene, amman van Brussel. Katharine, Willem en zijn broer Hendrik (waarvan we verder niets terugvinden) delen in 1347 in de erfenis van hun ouders.

Er waren ernstige spanningen tussen het Graafschap Vlaanderen en het Hertogdom Brabant rond 1340, Brabant en ook Mechelen werden door de Vlamingen overrompeld en ingenomen. De leenheren van Opwijk waren paardendienst verschuldigd aan het land van Dendermonde en dus aan de Graaf van Vlaanderen en zij vestigden zich als vertegenwoordigers van de overwinnaar binnen Brabant. Deze politieke achtergrond heeft ongetwijfeld tot gevolg gehad dat Vlaamse edelen vooraanstaande posities innamen te Brussel en dit zeer tegen de zin van de Brabanders. De auteur vermoedt dat hun Vlaamse oorsprong de haat en de verdrukking verklaart die de opeenvolgende generaties Rogman en hun opvolgers onderscheidde. Uit het huwelijk van Willem II en Katarina van Bijgaarden zijn drie kinderen bekend: Floris, Willem en Sapientia, vrouwe van Hendrik van Heysbrugghen. De zoon van Willem II, Floris I van den Eecken, ridder, werd heer van Bijgaarden vanaf 1375 en schepen van Brussel, 1391-1397. Zijn zoon Floris II schonk op 12 september 1404 aan de kerk van Bijgaarden voor de verjaardag van zijn vader en moeder, Margaretha van Berchem, een rente van 4 gulden. Op 1 januari 1407 volgde hij zijn vader op maar hijzelf stierf kinderloos.

Willem IV Ronghman van den Eecke, ridder, heer van Bijgaarden (rel.1410), neef van Floris I en zoon van Willem III en van Lysbeth Utensteenweghe geh. van der noot volgde Floris I op. Deze Willem Rongman bouwde zich een klinkende militaire reputatie op, anders gezegd: hij was een geduchte vechtersbaas. Op bevel van Filips de Goede onderdrukte hij ondermeer de onlusten te Brussel in 1421, hetgeen hem een heleboel openlijke maar ook verdoken vijanden opleverde. Om de opstandelingen van hun voornemens te weerhouden had de stad nood aan een sterke leider en ze deed voor deze hachelijke taak een beroep op de heer van Bijgaarden. In 1418 was hij reeds een keer schepen geweest van de stad en op 20 april 1422 legde hij de plechtige eed af voor zijn nieuwe taak om orde op zaken te stellen in het opstandige Brussel. De militaire organisatie van de burgerij werd grondig herzien. Teneinde Willem voor zijn diensten te danken gaven de drie leden van de stad hem het hotel van Ostrevant, gesitueerd op het huidige Muntplein, om er tijdens de uitoefening van zijn opdracht te verblijven. Een plotse opstand deed deze schenking echter gauw teniet. De Hertog Jan IV verzoende zich met de Brusselaars en de heer van Bijgaarden deed tevergeefs pogingen om zijn opdracht en de daaraan verbonden verdiensten te behouden. Op 21 december 1423 werd Willem van zijn taak ontheven door de hertog Jan IV. Enkele dagen later moest Willem de sleutels van de stadspoorten, zijn benoemingsakte en de schenkingakte van het hotel Ostrevant aan de stadsmagistraten overhandigen. Willem trok zich vervolgens terug in zijn privé-leven tot hij in 1428 deel uitmaakte van de 7 burgers die samen met 7 edelen de door de adel en steden verschuldigde lasten bepaalden, die overal in het hertogdom werden opgelegd.

In 1435 beging zijn broer Gillis, bijgenaamd Rongman, de flater van zich beledigend uit te laten tegen de Hertog van Bourgondië, Filips de Goede. Hij werd onmiddellijk gevangen genomen, maar omdat hij ook burger was van de stad Brussel vroeg de heer van Bijgaarden aan de magistraten om hem te laten berechten door de amman en de schepenen. Op dit voorstel ging men niet in, Gillis zou volledig volgens de wet worden berecht en indien hij schuldig werd bevonden zou men de Hertog verzoeken genadig te zijn. Willem die de beraadslaging had moeten verlaten omdat het om een familielid ging, was helemaal niet opgezet met deze beslissing. ‘s Anderendaags ging hij naar het stadhuis waar de amman en de schepenen wettelijk zetelden waar hij in het bijzijn van een grote menigte de leden sommeerde zijn broer voor hen te laten brengen en hem te berechten. De magistraten waren behoorlijk geïrriteerd door dit gedrag en vergaderden opnieuw op 28 augustus 1435. Een vonnis dat men uitdrukkelijk beval te registreren zette Willem voor goed uit zijn burgerschap en op 3 januari 1436 werd Gillis veroordeeld tot het met een gloeiend ijzer doorboren van zijn tong. Gillis diende de stad dezelfde dag nog voor zonsondergang en het Hertogdom binnen de drie dagen voor altijd te verlaten. De raad beval eveneens dat indien diegenen die tegen Gillis hadden getuigd zouden worden aangevallen of beledigd, dit misdrijf zwaar bestraft zou worden.

Op 12 november 1444, na de dood van Willem Rongeman, erfde zijn dochter Joanna de heerlijkheid Bijgaarden. Met Joanna van Bijgaarden, dochter van Willem IV, gehuwd met Jan van Ranst, heer van Mortsel en Edegem en meier van Leuven in 1460, die kinderloos bleven verdween het geslacht Rogman uit Bijgaarden en ook uit het Hof ten Eeke. Bij huwelijkscontract, afgesloten tussen Jan III en Joanna Rogmans, dochter van Willem, heer van Bijgaarden, was bepaald dat de weduwe, bij kinderloos overlijden van de echtgenoot, niet zou kunnen opvolgen in de heerlijkheden Cantecroy en afhankelijke dorpen. Zij zou slechts een "douarie" van 100 kronen toegewezen krijgen. Toen nu ridder Jan III van Ranst inderdaad zonder wettige kinderen overleed in 1476, begon een lange, twintigjarige periode van twist om de opvolging en de erfenis. Er werd duchtig geprocedeerd voor het Leenhof van Brabant

Ook voor Johanna van Bijgaarden, ook genoemd Johanna Rogmans, is er toen een moeilijke tijd gevolgd, want zij eiste tevergeefs 300 gouden kronen, waarop zij uit hoofde van haar huwelijksvoorwaarden recht beweerde te hebben. In 1496 pas schijnt er, na sentencie van de kanselier van Brabant, die als arbiter in deze langdure twist was opgetreden, een uitspraak te zijn geveld, die voor de weduwe vrij gunstig moet zijn uitgevallen. Ingevolge die voordelige uitspraak deed vrouwe Johanna een aantal stichtingen. Aan pastoor en kerkmeester van Mortsel schonk ze 12 sch.gr.Brab., te heffen op haar deel in het Hof ter Linden, en bestemd om er elk jaar op de begrafenisdag van haar echtgenoot een jaargetijde van te laten celebreren. Verder belastte ze "Ter Linden" met een jaarlijkse rente van 6 sch.gr., ten bate van het te Mortsel achter de kerk gestichte Godshuis. En ten slotte werd haar aandeel in "Ter Linden" ook aangesproken om er, door betaling van 12 veertel goede rogge, een zaterdagse mis in de slotkapel van Cantecroy te laten mee lezen. In 1486 schenkt Joanna de heerlijkheid Bijgaarden aan haar neef Willem Estor, een telg van een oud Brussels geslacht, dat sedert de vereniging van Henric Estor met Maria van Berlaer het wapen van de voorouders van deze vrouw overnam, namelijk deze van de Berthouts, heren van Mechelen. ("Geschiedenis van Edegem" door Robert van Passen, "Geschiedenis van Opwijk" door J. Lindemans).

Tot dusver een stuk geschiedenis van een der oudste takken van de Rogmans-familie. We vestigen de aandacht erop dat van slechts een beperkt aantal leden uit deze afstamming met zekerheid geweten is dat ze geen nakomelingen hadden. Wat er van sommigen verder geworden is, blijft een raadsel. Dat later Rogman-kernen uitstaan zijn uit niet gekende stamvaders uit Opwijk blijft zonder enige twijfel perfekt mogelijk.

Hoe ontstond een familienaam?

Het gebruik van verschillende bijnamen voor leden van eenzelfde familie verdient enige toelichting. Onze Germaanse voorouders gaven hun kinderen één enkelvoudige naam volgens hetgeen men het betrokken kind bij zijn geboorte toewenste. Men situeert het ontstaan van de huidige familienamen omstreeks 1250, sommige namen verschenen enkele generaties vroeger, anderen wat later. Rond 1300 hadden de meeste personen een familienaam, alhoewel deze zeker geen vaste waarde voorstelde en in bepaalde omstandigheden vervangen geraakte door een andere naam. Vaak werden namen afgeleid van de voornaam van de vader (de patroniemen), van plaatsnamen (de toponiemen), ambten of beroepen, planten en dieren, munten, delfstoffen, spijzen, dranken, kledingsstukken, bijnamen en vleinamen. In vele gevallen ontstonden dezelfde namen op meerdere plaatsen onafhankelijk van elkaar en velen stierven ook snel uit bij gebrek aan mannelijke opvolgers.

Helaas is door gebrek aan 13de eeuws archiefmateriaal weinig of niets geweten over de oorsprong van onze familienaam. Het lijkt er evenwel op dat naamdragers Rogman omstreeks 1300 welgesteld waren en een zeker aanzien genoten. Dit staat in schril contrast met de armoede die nakomelingen in de periode na 1600 kenden. In 1260 kon Oda Rogmanine (vrouw of dochter van een Rogman) eigendommen wegschenken in en rond Mechelen, begin 14de eeuw is een Willem Rogman eigenaar van het hof ter Eecke in Opwijk, diens zoon wordt Heer van Bijgaarden, deeluitmakende van de Brusselse patriciërs adel en schepen van de stad Brussel. In 1341 koopt een Jan Roggeman een huis te Mechelen... Kortom deze familie moet op de één of andere manier privileges bekomen hebben in de vroege 13de eeuw waardoor ze zich wisten te verrijken. We weten dat tenminste één tak onderleenheer geweest is van de heren van Dendermonde. Hadden andere takken van de familie hun status te danken aan succesvolle handelspraktijken? Waren het vechtersbazen die bij militaire successen de gunst van hun leenheer wisten te bekomen? Willem Rongman, heer van Groot-Bijgaarden, had inderdaad de reputatie van een berucht militair, lees medogelose vechtersbaas. De beschikbare gegevens hebben slechts betrekking op enkelen van de vroegste afstammelingen Rogman. Het zal evenwel nooit mogelijk zijn te achterhalen hoe deze familie ontstond. Het feit dat de naam reeds zo vroeg in de geschiedenis terug te vinden is, heeft eveneens te maken met hun betere maatschappelijke status. Een groot deel van de bevolking kende niet eens een familienaam in de periode waarin we de eerste Rogman-personnages beschreven vinden. Knechten en meiden hadden hooguit een voornaam als roepnaam, hun kinderen kregen een andere roepnaam waarbij de roepnaam van de vader bv. de enige associatie was wiens kind het was. Peter, zoon van Jenne (Jan) werd Peter Jennes’zone, een benaming van voorbijgaande aard. Ongetwijfeld verloren ook sommige aan lager wal geraakte Rogman-leden hun oorspronkelijke familienaam en kregen ze uiteindelijk een heel andere familienaam. Harde bewijzen voor de afstamming van de verschillende Rogman(s)-kernen zoals we die omstreeks 1600 terugvinden van een gemeenschappelijke oorsprong kunnen we evenwel niet leveren. Het vroege voorkomen en de opvallende geografische concentratie in een deel van het hertogdom Brabant staaft evenwel het vermoeden van een gemeenschappelijke oorsprong.

 

Hoe snel verspreidde zich een familienaam?

Vermoedelijk ontstond de naam Rogman reeds voor 1250, teneinde de vastgestelde geografische verspreiding begin 14de eeuw goed te kunnen verklaren. Stel dat de naam omstreeks 1200 in gebruik kwam, dat per gezin 2 of 3 zonen zelf de leeftijd bereikten om de naam voort te zetten dan levert dat volgende afstamming:

Generatie

Bij 2 zonen per gezin

Bij 3 zonen per gezin

1ste generatie 1200-1225

2de generatie 1225-1250

3de generatie 1250-1275

4de generatie 1275-1300

5de generatie 1300-1325

6de generatie 1325-1350

7de generatie 1350-1375

2 mannelijke naamdragers

4 mannelijke naamdragers

8 mannelijke naamdragers

16 mannelijke naamdragers

32 mannelijke naamdragers

64 mannelijke naamdragers

128 mannelijke naamdragers

3 mannelijke naamdragers

9 mannelijke naamdragers

27 mannelijke naamdragers

81 mannelijke naamdragers

243 mannelijke naamdragers

729 mannelijke naamdragers

2187 mannelijke naamdragers

De 13de en 14de eeuw waren betrekkelijk voorspoedige eeuwen. Toch was de levensverwachting zeker niet schitterend. Vrijwel elke ernstige ziekte leidde tot de dood. De meeste gezinnen hadden 8 tot 10 kinderen waarvan nauwelijks de helft de huwbare leeftijd bereikten. In bovenstaande tabel nemen we aan dat slechts 2 tot 3 mannelijke naamdragers de huwbare leeftijd bereiken om op hun beurt de naam voort te zetten, maar ook dit is zeer zeker een optimistische schatting. In welgestelde families was het aantal kinderen lager dan bij de armen. Bij het begin van de 16de eeuw was de naam Rogman(s) praktisch overal in het hertogdom Brabant verspreid geraakt. Bij het uitbreken van de godsdienstoorlogen in 1567 wordt het Brabantse Rogman(s)-bestand drastisch uitgedund en blijven er omstreeks 1600 slechts enkele kernen over en ontstonden er dan ook weer enkele nieuwe kernen.

De Rogman-clan uit Opwijk is vrijwel zeker de oorsprong van de latere Rogman en Roggeman families uit Dendermonde en omstreken. Kester en Mechelen zijn geografisch dermate nabij dat vrijwel zeker ook deze families hun oorsrong bij de Opwijkse familie terugvinden. In de loop der tijden zwierven alle familienamen uit, hetgeen ongetwijfeld het sporadisch voorkomen van de familienaam in andere streken kan verklaren. De huidige families Roggemans in de Belgische Oostkantons zijn bv het resultaat van de migratie van één gezin Roggemans uit het Mechelse omstreeks 1850. Analoog is mogelijk ettelijke eeuwen vroeger een dergelijke migratie naar Geldern de oorsprong van de talrijke Rogmans-families in Neder-Rijnland ? Enkel in Noord Holland is er een aanwijzing, dat de naam Roghmans vrij laat als familienaam in gebruik werd genomen zonder enig verband met de veel oudere kernen in het Vlaamse Brabant.


Bron: Webmaster Best viewed 1024 x 768